Ik mag mijn vader niet
Ik denk dat hij gelooft dat hij mij wel mag
Ik, zijn zoon
De droom die tot leven kwam als bevestiging op een onvoltooid verlangen
Het levende vraagstuk dat niet zozeer een antwoord behoeft
Als wel een arm om de schouder
Een blik van berusting
Een stap in het niets
Blijven we zitten waar we zijn?
De kamer is luid en heeft veel te veel wensen
Het dolende vuur getuigt van een aanwezigheid zonder gestalte
De hitte duwt de schaduw uit de vlammen
Verdrongen duister sluipt langs de drukkende wanden het heden binnen
De woorden van de vader
De illusie van de zoon
Ik kan niets anders doen dan telkens opnieuw iets anders blijven bedenken
Vindingrijk in dienst van de wanhoop van het kind
Een band tussen de oren, de deur op een kier
De warmte vanbinnen is op zijn minst onbegrepen
Ongewenst op zijn tijd
Eensgezind op zijn hoede
De tijd verraadt de avond
Onberoerd blijft het ware in het midden
Afscheid biedt troost als enige uitweg
Laat de deur dan maar open
Tot de volgende keer
*