Ik zwem in een isolement
Waar gevoelens enkel klinken als herinnering
Onbereikbaar voor de handelende wil
Afgesloten van de warmte van mijn liefde
Ik houd mezelf hoog
Mijn nek boven het water uit
Muren die niet bestaan houd ik op een afstand
Het einde dat ik zoek komt nooit in zicht
Steeds verder drijf ik af
Verder van het ware
Wetende wat mijn richting is
Raak ik telkens opnieuw de weg kwijt
Wanneer ik stilhoud dan verdrink ik
Zo waarschuwt een stem in mij
Ik zal zinken naar de bodem
Als ik niet zwem zal ik nimmer vrij zijn
Mijn verwonding laat mij opgeborgen
Trouw aan de schijn van een persoon
Daar waar ik gezien word
Zal ik met verleden het tegendeel bewijzen
Ik leef mezelf in afgescheidenheid
Hier ben ik alleen
Met ferme trots dacht ik mij te beschermen
Waar ik slechts het kwaad gevangen houd
De schaduwen onder water noemen zich mijn vrienden
Ik ben gewend aan het donker en de kou
Wat mij rest is de noodzaak te overleven
Zonder ooit waarlijk te hebben bestaan
*